maandag 17 november 2008

W2. Tekstvragen

Leesvragen:

Ad Salen, K. & Zimmerman, E. Game Design and Meaningful Play. Hoofdstuk 4, pp. 59-79.:
Op pagina 75 wordt het voorbeeld gegeven van een kind dat met een pop speelt. Volgens mij is dit ook een spel tussen kind en pop, maar worden de regels worden door het kind zelf ter plekke bepaald. Het spelen met een pop heeft echter geen duidelijke meaning en ook geen discinerable of integrated gevolg. Is dit dan wel een spel te noemen?

Ad Raessens, J. Computer Games as Participatory Media Culture. Hoofdstuk 24, pp. 373-388.:

Waarom vindt Raessens het belangrijk dat de term interactivity beter beschreven wordt?

Ad Raessens, J. (2007) Playing history. Reflections on mobile and location-based learning. In: Didactics of Microlearning. Concepts, Discourses, and Examples, edited by T. Hug. Münster: Waxmann Verlag. http://www.raessens.com/Publicaties/PlayingHistory.pdf :
In het artikel wordt niet duidelijk hoe de groepen worden ingedeeld. Mogen de studenten zelf bepalen of zij op headquarters gaan zitten of dat zij als pelgrims de stad in gaan? Ik kan mij namelijk voorstellen dat beiden rollen verschillende learning results hebben.

Kadervraag:

In hoeverre voldoet het spel Frequency 1550 aan de beschreven gameconcepten in de teksten van Raessens en Salen & Zimmerman?

Geen opmerkingen: